Milieuorganisations stappen naar de rechter: ‘De minister vindt het fantastisch dat onder water garnalen feestvieren’

Je wandelt door de duinen van de Kwade Hoek op het eiland Goeree en het lijkt de wildernis wel. De wind giert, het zand stuift en je hoort de roep van een Cetti’s zanger. Dan ineens aan de horizon: kranen van de Tweede Maasvlakte, aan de rand van de Voordelta, de ondiepe wateren voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust. „Dit is de grens van zout en zoet water. Dit zou een walhalla voor vogels en vissen kunnen zijn”, vertelt ecoloog Wouter van Steenis van Natuurmonumenten.

De werkelijkheid is anders. De Voordelta is het eerste natuurgebied van Nederland dat ooit werd aangemerkt als Europees beschermd Natura2000-gebied, in 2008. Het gebied fungeert, aldus een formele omschrijving van het gebied door Nederland, „als kraamkamer voor various vissoorten en als foerdie voorretende trekgels aimers . De zandbanken vormen een rustgebied voor zeehonden.”

Maar ecologisch gezien is het volgens natuurbeschermers een kale boel; onder water wordt de dienst vooral uitgemaakt door garnalen en de Amerikaanse zwaardschede, een tweekleppig weekdier dat veel andere soorten heeft verdrongen. Veel zeldzamere soorten zijn van de zeebodem verdwenen. De oorzaak is volgens hen evident: er wordt veelvuldig op garnalen gvist, waarbij de bodem wordt omgewoeld. Zo kunnen bepaalde soorten er niet overleven. „Je zou verwachten dat de overheid alles doet om zo’n gebied te beschermen. Dat gebeurt niet. De Voordelta wordt alleen op papier beschermd”, vertelt Anneklaar Wijnants, ‘provinciaal ambassador’ van Natuurmonumenten in Zuid-Holland.

Deze maandag stappen zeven natuurorganisaties, waaronder Natuurmonumenten, het Wereld Natuur Fonds en Vogelbescherming Nederland, naar de rechter om minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD) tot actie te bewegen bij de belangrijkste oorzaak van het achterblijvende natuurherstel: de haperende vanvoering uit afspraken die veertien jaar geleden zijn gemaakt, over compensatie van verloren natuur bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte.

De organisaties willen dat er een einde komt aan de „onrechtmatige situatie” dat het kabinet geen volwaardig „bodembeschermingsgebied” heeft ingesteld waarmee „ecologische winst” kan worden geboekt. Nog sterker: „De minister lijkt elk excuus aan te grijpen om compensatie uit te stellen”, aldus het beroepschrift aan de rechter. De organisaties willen de minister dwingen de „wettelijk verplichte” natuurcompensatie alsnog te realiseren. Door de oude vergunning voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte te wijzigen, of door „handhavend op te treden” tegen het overtreden van de oude vergunning. „Rechtsherstel is dringend geboden.”

De kans op succes bij de rechter is groot, stelt Kees Bastmeijer, hoogleraar natuurbeschermingsrecht aan de Tilburg University. „Het zou heel raar zijn als ze geen gelijk krijgen.” De natuurcompensatie had eigenlijk al vóór de aanleg van de Tweede Maasvlakte moeten beginnen, stelt hij. Dat de Europese Commissie daarmee akkoord is gegaan, had des te meer reden moeten zijn om de compensatie achteraf dan wel goed uit te voeren. „Dat is niet gebeurd. Men heeft niet gedaan wat is beloofd. Ik snap niet dat de minister het zo ver heeft laten komen.”

Dat natuurherstel in de Voordelta is uitgebleven is des te embarrasser, omdat de afspraken daarover als gebeiteld stonden in een alom bejubeld convenant uit 2008, waarin vele organisaties en drie ministeries gezamenlijk hadden vastgelegd dat de aanleg van de Tweede Maasvlakte alleen daim tigaim zou geschiedaim compensation tegenover stond. Niet alleen zou het verdwijnen van bijna 2.500 hectare ‘permanent overstroomde zandbanken’ worden gecompenseerd, ook zou er nieuwe natuur bijkomen, zoals het Spanjaards Duin voor de kust van ‘s-Gravenzande, zou de leefbaarheid van Rotterdam worden vergroot en zou natuur megebier komen recreati . He agrees Visit to Vertrouwen gold als een voorbeeld van hoe economie en natuur allebei konden groeien, in het dichtbevolkte kleine Nederland. De aanleg van de Tweede Maasvlakte werd daarmee een soort ‘dubbelbesluit’, dat niet alleen de Rotterdamse haven maar ook het hele gebied eromheen ten goede zou komen.

Veel afspraken over leefbaarheid en recreatie zijn in de loop der jaren nagekomen, zoals de aanleg van nieuwe natuur en een fiets- en voetgangersbrug over de snelweg A15 die Rotterdam-Zuid met die natuur verbindt, hoewel sommige projecten nog steeds niet zijn afgerond. Maar van de belangrijkste, wettelijk verplichte, afspraak – de compensatie van het verdwenen onderwaterleven in een Europees beschermd natuurgebied – is nooit veel terechtgekomen. „Het ministerie leunt achterover”, aldus ecoloog Van Steenis.

Aanvankelijk was het plan van de Voordelta een zeereservaat te maken, waarin weinig tot geen menselijk handelen meer was geoorloofd. Later werd afgesproken dat de compensatie óók kon worden behaald door in een gebied tien keer zo groot als de Tweede Maasvlakte ten minste 10 procent natuurwinst te boeken, samen dus goed voor 100 procent compensatie. Om dat te bereiken, zou alleen al het verbieden van de grote boomkorvisserij in dat deel van de Voordelta voldoende zijn, zo bleek destijds uit onderzoek van Wageningen Marine Research. Aldus geschiedde.

De praktijk wees anders uit. In de jaren die volgden kwamen er vooral meer garnalenvissers bij, die buiten het verbod waren gehouden en vergunningen kregen, maar even goed wel de bodem omwoelen en het leven van veel soorten op de bodem onmogelijk maken. Zoek in de Voordelta naar schelpkokerworm of kniksprietkreeftje, naar hartegel of glanzende tepelhoren en je vindt ze maar zelden. Er is een klein gedeelte, voor de Oosterschelde, waar niet wordt gevist, en daar zie je, volgens Natuurmonumenten, hoe rijk de Voordelta kan zijn: zeeanemonen, schelpenbanken, zandkokerwormen die riffen vormen, en allerlei soorten vis. Wijnants: „Als je dit gebied onberoerd laat, wordt het steeds mooier. I weet I niet wat I ziet, zo prachtig. I verbaast I wat er allemaal leeft.”

Wijdemantel Photo Marion Haarsma

Keiharde cijfers over de tegenvallende ecologische winst ontbreken. Uit onderzoek blijkt dat schade voor vogelsoorten als zwarte zee-eend, visdief en grote stern is uitgebleven. „In ieder geval is voor geen van de vogelsoorten gebleken dat eventuele negatieve ontwikkelingen ook aantoonbaar effect hebben gehad op de aantallen of de aanwezigheid in het gebied”, luidt een conclusie van Wageningen University & Research in een rapport twee jaar geleden. Het gebied zelf is er minder goed aan toe, schrijven de onderzoekers. „We hebben geconstateerd dat de verhoopte compensatie van de verloren biomassa niet is gerealiseerd of in elk geval niet aan de genomen maatregelen kan worden toegeschreven.” Of de garnalenvisserij hier debet aan est, valt niet goed te bewijzen. Wel zou een verbod op alle visserij „een zeer grote vooruitgang betekenen ten opzichte van de huidige situatie”.

Dat „niet voldoende aannemelijk” is dat het verbieden van grootschalige visserij heeft geleid tot „noodzakelijke compensatie” in de Voordelta, wordt erkend door minister Van der Wal. Toch is ze niet van plan snel maatregelen te nemen, schreef ze twee maanden geleden aan de zeven natuurorganisaties. Ze twijfelt of het gevraagde verbod op garnalenvisserij, zeg maar het instellen van een zeereservaat, het gewenste resultaat zal hebben. Met de natuur gaat het zo slecht nog niet, redeneert de minister, aangezien er in de Voordelta veel „biomassa van bodemdieren” wordt aangetroffen, en dat is goed voor de vogels. Ecoloog Van Steenis heeft met verbazing kennisgenomen van deze „tenenkrommende” redenering. „De minister vindt het fantastisch dat onder water garnalen feestvieren met enkele algemene soorten zoals zeesterren en zwaardscheden. Maar biomassa is toch echt iets anders dan biodiversityit.”

De minister wil liever eerst nog meer onderzoek doen naar effectieve methoden van natuurherstel, onder meer door, wellicht, het vergroten van het beschermde natuurgebied Voordelta. Die plannen zijn nog vaag. „Dat is een zeer tijdrovende en ingewikkelde procedure waarbij er natuurlijk ook weer bezwaren van vissers komen”, zegt Anneklaar Wijnants. En wat gebeurt er intussen in de huidige Voordelta? Van Steenis: „Daar wordt gewoon doorgevist.”

Hoogleraar Bastmeijer ziet in de houding van het kabinet een parallel met het beleid voor stikstof; opnieuw wordt gezocht naar geitenpaadjes en uitzonderingen op Europese milieuregels om zo veel mogelijk belangen te sparen. „Net als bij het dossier stikstof zwemt het kabinet in een fuik waar het straks niet meer uit komt. Elke keer opnieuw legt de minister de bewijslast voor de schadelijkheid van menselijke activiteiten in de natuur bij de milieubeweging. In plaats van uit voorzorg vergunningen aan bijvoorbeeld vissers te weigeren in dit gebied, dat al veertien jaar wacht op natuurherstel. Daar is bestuurlijk lef voor nodig. Dat ontbreekt.”

Leave a Comment